top of page

'Altijd sterk zijn' klinkt goed. Maar als dagelijks recept is het niet gezond.

  • 6 jun
  • 3 minuten om te lezen

Bijgewerkt op: 7 jun

Dat klinkt misschien vreemd.

Het wordt snel duidelijk wat ik hiermee bedoel. Veel mensen die bij me komen, komen binnen met symptomen, en hoor ik ze zeggen dat dat ook de problemen zijn waarmee ze kampen.


Ze piekeren veel.

Slapen slecht.

Zijn snel overprikkeld.

Voelen spanning in hun lichaam.

Hebben moeite om te ontspannen.

Sommigen ervaren paniekaanvallen.

Anderen voelen zich voortdurend opgejaagd.


En bijna allemaal vragen ze zich op enig moment af:

"Waarom heb ik daar toch last van, hoe ben ik zo geworden?"


Maar als ik goed luister naar hun verhaal, hoor ik vaak iets anders. Hoor ik een ander probleem...

Vrouw reist en reflecteert. Ze ziet het offer van altijd sterk moeten zijn.


Ik hoor mensen die jarenlang sterk zijn geweest. 'Altijd sterk zijn' als levensmotto.


Vrouwen en mannen die voor anderen zorgen.

Voor hun kinderen.

Voor hun partner.

Voor hun ouders.

Voor collega's.

Voor vrienden.


Mensen die aanvoelen wat anderen nodig hebben.

Die verantwoordelijkheid nemen.

Die zich aanpassen.

Die doorgaan.


Zelfs als ze moe zijn.


Zelfs als hun lichaam signalen begint te geven.


Zelfs als ze eigenlijk al lang over hun grenzen heen zijn gegaan.


Want er is vaak een overtuiging die diep onder de oppervlakte meespeelt:

"Eerst de ander."

"Niet zeuren."

"Gewoon doorgaan."

"Het komt later wel."


En vaak werkt dat jarenlang.

Tot het niet meer werkt.


Ben benieuwd naar je reactie of iets dat je wilt delen: Klik hier

De verborgen prijs van altijd sterk zijn


Sterk zijn is een prachtige eigenschap.

Maar sterk zijn heeft ook een schaduwkant.


Want veel mensen leren al vroeg dat het veiliger is om rekening te houden met anderen dan met zichzelf.


Dat het veiliger is om harmonie te bewaren.

Om conflicten te vermijden.

Om zich aan te passen.

Om de sfeer goed te houden.


En zo ontstaat langzaam een patroon.

Niet bewust.

Niet expres.


Maar stap voor stap.


Een patroon waarin de behoeften van anderen steeds meer ruimte krijgen.

En de eigen behoeften steeds minder.


De meeste personen merken dat niet direct.

Want het voelt normaal.

Het is hoe ze altijd hebben geleefd.


Totdat hun lichaam begint terug te praten.



Wanneer het lichaam aan de noodrem trekt


Dat gebeurt zelden van de ene op de andere dag.

Meestal begint het subtiel.


Je slaapt wat minder goed.

Je bent sneller moe.

Je hebt minder energie voor dingen waar je vroeger van genoot.

Je voelt meer spanning.

Je hoofd staat voortdurend aan.

Je piekert.

Je maakt je zorgen.

Je voelt je opgejaagd zonder precies te weten waarom.


En als dat lang genoeg doorgaat, kan het systeem steeds harder gaan protesteren.


Met angst.

Met paniek.

Met uitputting.

Met lichamelijke klachten.

Niet omdat je lichaam kapot is.


Maar omdat het iets probeert duidelijk te maken.

Vaak niet: "Er is gevaar."


Maar: "Zo kan ik niet eindeloos doorgaan."



Wat wil de angst, paniek en uitputting ons echt vertellen?


Wat als het bestrijden van de symptomen niet de duurzame oplossing is?

Wat als bijvoorbeeld angst, of paniek, een indicator is? Een aanwijzer?


Wat als je systeem niet probeert je tegen te werken?

Wat als het juist probeert je aandacht te trekken?


Omdat het na jarenlang zorgen, dragen, aanpassen, doorgaan en sterk zijn, iets mist:


Jarenlang doorgaan en er voor iedereen zijn behalve jezelf. Dan mis je iets.


Zoals:

Rust.

Ruimte.

Grenzen.

Ondersteuning.


Geef jezelf simpelweg toestemming om niet altijd sterk te hoeven zijn.


Een vraag die ik vaak stel:

"Wanneer was de laatste keer dat jij net zo goed voor jezelf zorgde als voor de mensen van wie je houdt?"


Vaak kost dat even best wat nadenktijd. Niet omdat het een te moeilijke vraag is.

Maar omdat je zo gewend bent geraakt aan zorgen voor anderen, dat zorgen voor jezelf bijna onnatuurlijk voelt.


En precies daar begint vaak herstel.


Niet door nóg harder te werken aan jezelf.

Niet door jezelf te repareren.


Maar door opnieuw ruimte te maken voor wat jij nodig hebt.



Tot slot


Wanneer je jarenlang geleerd hebt (als overlevingsmechanisme) om jezelf als laatste te zetten. Om steeds weer je eigen wil, gevoelens en wensen te parkeren, voor een oneindig lange termijn.


Dan zegt je lichaam op een dag :

"Tot hier."


Niet om je tegen te werken.

Niet omdat je zwak bent.

Maar omdat geen enkel zenuwstelselsysteem eindeloos kan geven zonder zichzelf onderweg kwijt te raken.


Ben benieuwd naar je reactie of iets dat je wilt delen: Klik hier


 
 
 

Opmerkingen


bottom of page